De stilte voorbij

November 22, 2017

En zo kom ik aan in de Abdij van Postel. Een rare gewaarwording. Een nieuwe omgeving en vier dagen samen met een groep van 22 mensen die ik niet ken. Loslaten is mijn doel, na maanden schrijven aan mijn levensverhaal. Kijken met andere ogen en het al het oude achter mij laten. Ik ga er open in.

Het is hier mooi, rustig en vredig. Ik hoef er niets en dat is aangenaam, want mijn lijf werd een paar dagen daarvoor volledig lamgelegd door een griep. Nu alleen met mezelf en mijn passie: schrijven. In stilte ontdekken wie ik ben zonder mijn verleden. Dit is het moment om antwoorden te vinden.

Mijn lijf is onrustig van binnen, maar ik weet dat dit goed is en een bedoeling heeft. De zin van ziek-zijn. Buiten is het grijs. Af en toe komt het zonnetje door de wolkenmassa. De wind speelt met de geel gekleurde bladeren, dansend aan de tak van een boom. Af en toe dwarrelen ze naar beneden. Loslaten, dat is wat ik ook mag doen. In de natuur gebeurt het gewoon, zonder nadenken.

 

Ik observeer de omgeving en de mensen om mij heen. Ik voel de verschillen, tegen wie ik opkijk, welk gedrag mij irriteert, maar ook met wie de hartsverbinding meteen voelbaar is. Zonder woorden. Er zijn mensen die zich ergeren aan een paar anderen die de rust verstoren door te praten. Het raakt me niet. Ik observeer alleen. Wat dat betreft heb ik de basis wel in mezelf verstevigd. Zo nu en dan een spontaan innerlijk gelach om te taferelen die zich voor mij afspelen. Ik zie het toneel, de pijnpunten die geraakt worden en het gevecht van ieder persoonlijk om daarin zijn of haar eigen weg te vinden. Ik zie mezelf terug in de ander. 

 

In de avond ontstaat een discussie over de stilte. Ik volg het met mijn gevoel en al mijn zintuigen. 'Het is de kunst om de stilte in jezelf te vinden met alle rumoer om je heen' hoor ik mezelf denken. Ik neem me voor om die woorden uit te spreken, maar zwijg, zoals meestal het geval is wanneer ik mij in een grote groep bevind. Mijn gedachten stromen. Wanneer spreek je, wanneer zwijg je. Wat is het verschil. Je zet dingen in beweging ofwel bij jezelf als je zwijgt, ofwel bij de ander als je spreekt. En vise versa. Ik word me bewust van mijn spreekangst en luister naar wat anderen te vertellen hebben. Dat is voor dat moment genoeg. 

 

Na een nacht vol dromen en een dag in stilte een nieuwe vraag: waarom veroordeel ik mezelf zo? Elke ochtend schrijfopdrachten die mij dichter en dichter bij mijn kern brengen. Stap voor stap voel ik waar dit heen gaat en wordt de ware essentie zichtbaar. Op mijn eigen kleine kamertje met uitzicht op de kerktoren, kijk ik naar de DVD van Eckhart Tolle, die ik in mijn tas stopte net voor vertrek. Ik ervaar opnieuw hoe het is om in het nu te zijn. En voel de kracht ervan. Zo nu en dan schrijf ik de woorden die resoneren op. ‘Wie je bent komt uit de levendigheid van dit moment’ lees ik op het scherm van mijn laptop. En ik ervaar wat dat voor mij betekent. Leven en nu zijn één.

In contact met de groep ontdek ik hoe snel ik geneigd ben de negativiteit in te schieten. Vooral mezelf te veroordelen over wat ik wel of niet doe en hoe dat mij weg houdt bij wat er werkelijk in- en om me heen is. Zo glijden de dagen voorbij.

 

Elke ochtend mogen we een punt zetten, het startpunt van de dag met één enkel woord. Ik merk dat daarmee het loslaten is begonnen. Vandaag is mijn woord ‘Nu’ en ik schrijf intuïtief: ‘voel je veilig in het nu, je hoeft niet meer weg te vluchten.’ Nog voor ik er dieper over kan nadenken, hoor ik dat de echte schrijfoefening begint. Een pantoum schrijven. We doen dit gezamenlijk met de groep. Er volgen twintig vragen waar ik antwoord op mag geven. Ik kies een nieuw woord: Veiligheid.

 

Ik ben veiligheid. Niemand kent mij zoals ik mezelf ken.

Ik bevind me in een groep met 22 mensen en staar naar buiten.

Ik zie de stilte die voelbaar is. De natuur is zoals die is.

Ik voel me veilig in deze stilte. Dit is veiligheid. Gewoon zijn.

Ik verbind me met de natuur.

Ik bevind me in een groep van 22 mensen en staar naar buiten.

Mijn veiligheid komt in gevaar maar naar buiten staren doet goed. 

Ik krijg buikpijn.

Ik voel me veilig in deze stilte. Dit is veiligheid. Gewoon zijn.

Ik verbind met met de natuur.

Het is nodig mij met mezelf te verbinden om me veilig te voelen.

Mijn hart klopt sneller.

Mijn veiligheid komt in gevaar maar naar buiten staren doet goed.

Ik krijg buikpijn.

Ik voel me veilig bij mezelf. Ik hoef niet weg te vluchten.

Ik adem dieper naar binnen.

Het is nodig mij met mezelf te verbinden om mij veilig te voelen.

Mijn hart klopt sneller.

Het voelt fijn en rustig. Het kloppen van mijn hart wordt minder.

Ik voel me veilig bij mezelf. Ik hoef niet weg te vluchten.

Ik adem dieper naar binnen.

Ik word er blij van en warm van binnen.

Het voelt fijn en rustig, het kloppen van mijn hart wordt minder

Ik accepteer wat is en ben geheel aanwezig. Stilte in mezelf.

Ik word er blij van en arm van binnen.

Ik zie de stilte die voelbaar is. De natuur is zoals die is.

Ik accepteer wat is en ben geheel aanwezig. Stilte in mezelf.

Ik ben veiligheid. Niemand kent mij zoals ik mezelf ken.

 

Perplex van wat ik zojuist had ervaren werd de vraag gesteld wie zijn geschreven stukje wil voorlezen. Zonder dat ik er over nadenk steek ik mijn hand op. Nadat een ander mij was voorgegaan, begin ik te lezen vanaf het papier. Ik vind mijn gedicht prachtig. Het raakt de kern. Ik wil niet meer vluchten. Ik wil me veilig voelen, overal waar ik ga. Dan, terwijl ik mezelf mijn eigen woorden hardop hoor uitspreken, voel ik hoe mijn stem vervormd en de tranen over mijn wangen rollen. Ik lees verder, ook al gebeurt er iets wat ik niet wil. Het is er gewoon, zo ineens uit het niets. Het mag er zijn, van mezelf. Ik neem mijn ruimte en mijn tijd en hoor mezelf zeggen: 'Ik accepteer wat is en ben geheel aanwezig. Stilte in mezelf.' Ik voel me heel kwetsbaar, maar voel ook dat het, ondanks mijn tranen, rustiger wordt binnenin mij. Ik ben niet bezig met wat anderen van mij, of mijn gedicht vinden. Ik laat gebeuren wat gebeurt zonder verder oordeel. Tranen blijven rollen als ik mijn laatste zin uitspreek: 'Ik ben veiligheid. Niemand kent mij zoals ik mezelf ken.' Ik kijk op van het papier. ‘Door jouw kwetsbaarheid te tonen, geef je anderen de kans dat ook te doen’ hoor ik Joey zeggen. ‘Ik wil zo graag voorlezen zonder tranen’ zeg ik en een licht gevoel van schaamte overvalt mij. Ook dat mag er zijn. Voor het eerst. Ik sta het niet meer toe mezelf neer te halen in gedachten. 

 

Iedereen is blij en verrast met hun eigen geschreven pantoum, wat een openbaring. Ik blijf nog even zitten en schrijf op wat ik zojuist heb ervaren, voordat ik weer terug ga naar mijn kamer. Mijn uitdaging is nu mij niet te veroordelen over wat er heeft plaatsgevonden. Het is een hardnekkig patroon. Terwijl ik de trap oploop kom ik een vrouw uit de groep tegen die mij vertelt hoe mooi ze mijn pantoum vindt. ‘Het raakte me diep omdat het gaat over een thema waar ik ook mee zit.’ zegt ze. De stem in mijn hoofd die zich nog afvraagt of het nu wel of niet goed was, wat er zojuist was gebeurt maakte plaats voor dankbaarheid. Ik zeg met een lach dat ik graag wil spreken zonder tranen en bedank haar voor haar woorden. ‘Tranen zijn heling’ zegt ze, ‘en vooral doorgaan’. Mijn hart wordt warm en ik ervaar de kracht van het nu. Ik voel me veilig en gezien. Ik kijk naar buiten en zie de grote brede dennenboom op de binnenplaats van de Abdij. Hij reikt hoog naar de hemel en staat fier rechtop, zijn takken wijd gespreid. De spiegel van moeder natuur. 

 

Die avond de laatste bijeenkomst. Er is ruimte om te delen en nog een schrijfoefening. Ik krijg de kans om mijn pantoum nogmaals voor te lezen en dit keer mag ik erbij gaan staan. Al die aandacht is onwennig. Ik voel de hartkloppingen maar neem deze kans met beiden handen aan. Joey begeleid me en vraagt wat ik nodig heb. Ze laat me ervaren hoe het voelt als er iemand achter me staat. Ik voel kracht. De energie van de persoon die links achter mij gaat staan is magisch. Ik merk dat mijn ademhaling nog hoog zit en hoor hoe iemand uit de groep mij de tip geeft dieper te ademen. Het wordt innerlijk rustiger. ‘We hebben tijd, geen haast.’ Een gouden advies. Nog niet eerder heb ik me zo gedragen gevoeld in deze angst. Daar sta ik dan. Ik durf zelfs de groep in te kijken voor ik begin. Iedereen is aanwezig hier en nu. Ik hoor mijn eigen stem, rustig en overtuigend. Er hangt een serene stilte die voelbaar is tussen mijn woorden door. Een glimlach op mijn gezicht. Ik geniet. Dan ineens verandert de stilte in applaus.

 

Een keerpunt. Een nieuw begin. Veiligheid echt voelen van binnen en om me heen. Mijn woorden laten klinken en harten raken. Niet meer wegvluchten, voor niemand niet. Ook niet voor mezelf. De stilte voorbij. Een andere kijk op de wereld, waar geen verleden en geen toekomst is. Alleen maar hier en nu.

Heb je naar aanleiding van mijn blog behoefte aan meer informatie over schrijven in een abdij of stilte weekend, neem een kijkje op www.joeybrown.be

 

 

Please reload

Uitgelichte berichten

Wat een ervaring!

March 6, 2018

1/6
Please reload

Recente berichten

July 19, 2019

March 6, 2018

January 3, 2018

December 30, 2017

November 22, 2017

November 7, 2017

October 12, 2017

August 8, 2017

July 24, 2017

June 9, 2017

Please reload

Archief